HomeNieuwsKrachtvoerregels strijdig met voorwaarden Spoedwet

Krachtvoerregels strijdig met voorwaarden Spoedwet

Publicatiedatum: 1 jul. 2020

 

Het overleg van minister Schouten met sectororganisaties over een alternatief voor de krachtvoerregeling voor de melkveehouderij is op niets uitgelopen. De minister vindt het alternatieve plan om de stikstofuitstoot terug te dringen juridisch te zwak en ze constateert dat de stikstofeffecten niet op hectareniveau uitgerekend kunnen worden. Ze wil de krachtvoerregeling daarom doorzetten.

De SGP vindt het het doorzetten van de krachtvoerregeling onacceptabel. De regeling is in strijd met de voorwaarde in de Spoedwet aanpak stikstof dat geen sprake mag zijn van significante negatieve gevolgen voor onder meer diergezondheid en dierenwelzijn. Zelfs de dierenartsenorganisatie KNMvD verwacht schadelijke gevolgen. SGP-Kamerlid Roelof Bisschop heeft met steun van een Kamermeerderheid een schriftelijk overleg met de minister aangevraagd en zal een motie indienen als de minister niet bijdraait.

Lees hieronder de vragen die de SGP aan de minister heeft voorgelegd:

"De leden van de SGP-fractie hebben met teleurstelling kennisgenomen van de voorliggende brief en hebben nog enkele vragen.

 De leden van de SGP-fractie constateren dat per amendement bij de Spoedwet aanpak stikstof de bepaling is toegevoegd dat nadere regels in het belang van de bescherming van het milieu over de samenstelling van diervoeders of andere stoffen die zijn bedoeld voor het voederen van dieren (artikel II: artikel 2.18a van de Wet Dieren) alleen kunnen worden vastgesteld als vastgesteld is dat deze regels geen significant negatieve gevolgen hebben voor onder meer diergezondheid en dierenwelzijn (artikel 2.18 a, lid 3). Deze leden constateren dat met de voorgestelde krachtvoerregels wél sprake is van significant negatieve gevolgen voor diergezondheid en dierenwelzijn. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde heeft inmiddels aangegeven dat de maatregel vanuit veterinair perspectief naar verwachting schadelijke gevolgen zal hebben voor de gezondheid en het welzijn van individuele koeien. Dierenartsen waarschuwen dat het onmogelijk wordt om de gezondheid van individuele koeien in het rantsoen bij te sturen, wat zal leiden tot vervetting van de koeien in het einde van de lactatie, pensverzuring, transitieproblemen zoals slepende melkziekte en minder vitale kalveren door een te laag eiwitgehalte in het dieet van drachtige koeien en door verslechterde biestkwaliteit. Onderkent de minister deze gezondheidsproblemen? Hoe rijmt de minister de voorgestelde krachtvoerregeling derhalve met de voorwaarde dat geen sprake mag zijn van significant negatieve gevolgen voor diergezondheid en dierenwelzijn? Acht de minister de voorgestelde krachtvoerregeling juridisch houdbaar, gelet op de strijdigheid met de bepalingen in de Wet Dieren? Is de minister bereid de voorgestelde krachtvoerregeling alsnog in te trekken?

De leden van de SGP-fractie ontvangen graag een inschatting van het verwachte tekort aan stikstofruimte per Natura 2000-gebied voor tijdelijke bouwemissies als de krachtvoermaatregel niet doorgezet zou worden.

De leden van de SGP-fractie constateren dat de tijdelijke krachtvoermaatregel alleen kan dienen om ruimte te geven voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de aanlegfase van bouwprojecten. De minister heeft eerder geschreven dat bekeken zal worden of de tijdelijke depositiedaling van naar verwachting tien tot twintig mol per hectare als gevolg van de coronamaatregelen ingezet kan worden voor economische ontwikkelingen en “dat toestemmingverlening wel bezien kan worden op basis van een onderbouwing dat het vergunnen van activiteiten met tijdelijk beperkte toenames van stikstofdepositie niet leidt tot aantasting van natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Dit gaat om activiteiten die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd en een tijdelijke depositie hebben. Enkel als onderbouwd kan worden dat door de tijdelijke vermindering uitgesloten kan worden dat er schade plaatsvindt aan de natuurlijke kenmerken van gebieden, kan toestemmingverlening mogelijk wel aan de orde zijn dankzij de effecten van de Coronacrisis’ (Kamerstuk 35 334, nr. 95). Deze leden horen derhalve graag waarom de krachtvoerregeling nog nodig zou zijn als gebruikgemaakt kan worden van de verlaging van de stikstofdeposities als gevolg van de coronamaatregelen.

De leden van de SGP-fractie lezen dat een alternatieve maatregel juridisch hard moet zijn. Waarom is het niet voldoende als via monitoring de daadwerkelijk geleverde reductie in kaart wordt gebracht en deze daadwerkelijke gerealiseerde reductie ingezet wordt als stikstofruimte?

De leden van de SGP-fractie lezen dat het effect van een alternatieve maatregel op hexagoonniveau inzichtelijk moet zijn. Deze leden willen wijzen op het rapport van de commissie-Hordijk, waarin aangegeven wordt dat voor een hoger aggregatieniveau gekozen kan worden. Zij willen er tevens op wijzen dat het grootste tekort aan stikstofruimte zich volgens eerdere berekeningen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voordoet in de duingebieden bij de Randstad. Die liggen op grote afstand van de gebieden met veel melkveehouderijen. Derhalve moet het in de ogen van deze leden geen probleem zijn als emissie- en depositiereducties tijdelijk alleen op een hoger schaalniveau bepaald kunnen worden. Zij horen graag hoe de minister hiertegen aankijkt.