HomeNieuwsStikstof onder de SGP-loep

Stikstof onder de SGP-loep

Publicatiedatum: 20 jan. 2020

Het onderwerp 'stikstof' roept veel vragen op. We schetsen hierbij onze visie op het probleem en de mogelijke aanpak ervan.

 

Wat is het probleem?

  • Stikstof is een van de ‘bouwstenen’ van het leven. Verschillende kwetsbare plantensoorten kunnen echter last hebben van bepaalde stikstofverbindingen, zoals ammoniak.
  • Er is ook een juridisch probleem. Het strenge, in Brussel gemaakte Natura 2000-regime houdt er geen rekening mee dat Nederland een van de dichtst bevolkte landen is en dat stikstof overal vrij kan komen en overal naar toe kan vliegen.
  • Ondanks vele investeringen in natuurbeheer en het terugdringen van de uitstoot van stikstof, liggen veel projecten in de bouw, bij boeren, maar ook wat betreft de aanleg van wegen stil. De onzekerheid is en blijft groot. De regering had ondanks waarschuwingen geen plan B.

Wat wil de SGP?

  • Het beleid meer baseren op metingen ter plaatse en natuurobservaties. De kritische depositiewaarden moeten niet 'heilig' verklaard worden.
  • Een minder knellend Natura 2000-regime waarbij meer recht wordt gedaan aan de lokale situatie.
  • Gebiedsgericht investeren in het terugbrengen van de stikstofuitstoot.
  • Meer werk maken van goed natuurbeheer.
  • Gebied-specifieke drempelwaarden. Dat is juridisch minder kwetsbaar en kan beter onderbouwd worden. Niet op alle slakken zout leggen!
  • Openheid over de onderbouwing van rekenmodellen.
  • Nieuwe methoden om de uitstoot van stikstof te verminderen niet belemmeren door Haagse bureaucratie.
  • Geen veevoermaatregelen zonder perspectief voor de landbouw.
  • Bij saldering: niet afpakken van bestaande rechten, een schot tussen ammoniak (landbouw) en stikstofoxiden (verkeer, industrie).

 

Uitgebreide Q&A
Wilt u zich in deze materie verdiepen en meer weten over de juridische ins en outs, of over de invloed vanuit de landbouw en andere sectoren, de eind vorig jaar aangenomen Spoedwet stikstof, of hebt u andere vragen, lees dan de uitgebreide Q&A hieronder:

 

Stikstof komt overal voor. Wat is het probleem?

Inderdaad, 78% van de lucht om ons heen bestaat uit stikstof. Stikstof is ook een belangrijke bouwsteen van het leven: het is een belangrijk bestanddeel van eiwitten. Het gaat in de huidige discussie over zogenaamde reactieve stikstofverbindingen, zoals ammoniak en stikstofdioxiden, die op kunnen lossen in regenwater (natte depositie) en die opgenomen kunnen worden door planten en door de bodem (droge depositie). Veel plantensoorten profiteren van deze stikstof. Maar verschillende andere plantensoorten, waarvan sommige erg kwetsbaar zijn, kunnen last hebben van te veel stikstof omdat de bodem verzuurt, of omdat ze overgroeid worden door stikstof minnende plantensoorten. Dat kan negatief uitpakken voor de biodiversiteit.    

 

 

In Nederland worden de kritische depositiewaarden van veel habitattypen (ruimschoots) overschreden. Alle reden om drastisch in te grijpen, toch?

De kritische depositiewaarde is een grove indicatie van hoeveel stikstofdepositie een bepaald habitattype (= een verzameling bij elkaar horende plantensoorten in een specifiek ecosysteem, zoals veenmosrietland of een zandverstuiving) zonder problemen kan hebben. Of zich bij hogere deposities problemen voordoen, hangt erg af van de lokale situatie. De kritische depositiewaarde is een grove indicatie, en niet meer dan dat. Verder zijn veel habitattypen afhankelijk van de waterhuishouding in een natuurgebied. Als de waterhuishouding goed is, kan de natuur ook meer hebben. Door plaggen, maaien en andere beheermaatregelen kan stikstof weggehaald worden.

De SGP vindt dat niet alles opgehangen moet worden aan de algemene landelijke kritische depositiewaarden en dat veel meer gekeken moet worden naar de situatie in het veld. Veelzeggend is dat internationale wetenschappers voor de kritische depositiewaarden een bandbreedte van bijvoorbeeld 20 – 30 kilogram/hectare hebben vastgesteld, terwijl in de Nederlandse situatie gekoerst wordt op absolute waarden van bijvoorbeeld 1429 mol/hectare (1 kilogram stikstof = 71 mol stikstof)… Reductie van stikstofuitstoot en meer investeren in natuurbeheer is goed, maar daarbij moeten we wel verder kijken dan de kritische depositiewaarden.

Vergeet niet dat in verschillende natuurgebieden al sprake is van overschrijding van de kritische depositiewaarden door alleen de stikstof die uit het buitenland komt...

 

Hoe komt het dat opeens allerlei projecten in gevaar zijn gekomen?

Dan moeten we terug naar Europese afspraken over natuurbescherming. Volgens de Europese Habitatrichtlijn moeten lidstaten zogenaamde Natura 2000 gebieden aanwijzen. Kwetsbare habitattypen en diersoorten in deze gebieden moeten met strenge regels beschermd worden. Een van deze regels is dat als projecten of plannen (denk aan de bouw van stallen of fabrieken en de aanleg van wegen) negatieve effecten kunnen hebben op deze planten en dieren, er een strenge toets moet plaatsvinden. Projecten kunnen alleen een vergunning krijgen als de ‘zekerheid’ (!) is verkregen dat belangrijke natuurwaarden niet aangetast worden.

Het lastige is dat volgens de theoretische kritische depositiewaarden veel habitattypen al ‘teveel’ stikstof krijgen. De stikstof die bij veel projecten vrijkomt kan in theorie overal naar toe waaien, ook naar die Natura 2000 gebieden met ‘teveel’ stikstof. Dit klemt temeer omdat we in een dichtbevolkt land leven met relatief veel voor stikstof gevoelige natuurgebieden én omdat de regering dit tot op oneindige afstand en tot enkele nullen achter de komma laat doorrekenen (zie figuur hieronder). De regering had de Programmatische Aanpak Stikstof bedacht om Nederland niet op slot te hoeven zetten door te zorgen voor reductie van de stikstofuitstoot en extra natuurherstelmaatregelen te nemen. De rechter heeft hier echter een streep door gezet. De rechter paste de Europese regels superstreng toe en vond dat de Programmatische Aanpak Stikstof onvoldoende garanties bood. Ondanks waarschuwingen dat het mis zou kunnen gaan, had het kabinet geen plan B. De gevolgen kennen we: veel projecten in o.a. de bouw zijn helemaal stil komen te liggen.

Kortom, een streng natuurbeschermingsregime en een stofje dat vrijwel overal bij vrijkomt en overal naar toe kan vliegen in een land met natuur en mensen dicht bij elkaar, dat is een lastige combinatie… De SGP ziet daarom graag een nuchtere aanpak.

 

Berekening van de stikstofdepositie door een melkveestal met rekenmodel Aerius


Hoe zit het in landen om ons heen, zoals als Duitsland?   

Er wordt wel beweerd dat landen als Duitsland heel weinig Natura 2000 gebieden aangewezen hebben. Dat klopt niet. Nederland heeft er 166, Duitsland 5.200.

Er is echter wél een belangrijk verschil in de manier waarop onze oosterburen omgaan met de stikstofdepositie en het toetsen van projecten! Duitsland is veel soepeler. Daar redeneert men –terecht!- dat er geen sprake kan zijn van een negatief effect als de stikstofdepositie zo laag is dat die in het veld niet eens teruggevonden cq. gemeten kan worden. Duitsland hanteert daarom een drempelwaarde van ruim 7 mol/hectare.

Boven deze drempelwaarde vindt pas toetsing plaats. Dat is een schril contrast met de drempelwaarde van 0,005 mol in het Nederlandse rekenmodel Aerius. Als we in Nederland een drempelwaarde van 7 mol/hectare invoeren zal de Raad van State hier geheid gehakt van maken. In de afgeschoten Programmatische Aanpak Stikstof zat immers al een drempelwaarde van 1 mol/hectare. Dat schiet niet op. De SGP vindt wél dat bij de juridische onderbouwing van een drempelwaarde veel meer gekeken moet worden naar de Duitse lijn.

Je moet je ook realiseren dat Nederland ten opzichte van andere Europese landen veel stikstofgevoelige natuur herbergt. Het levert bijzondere natuur op, maar in een dichtbevolkt land is dat wel kwetsbaar.

 

Welke drempelwaarde dan wel?

De SGP heeft voorgesteld om te beginnen bij een drempelwaarde van 0,05 mol/hectare per gebied. Veel bouwprojecten komen daar al niet eens overheen. Deze drempelwaarde kan per gebied onderbouwd en verhoogd worden. Met één landelijke drempelwaarde is het risico groot dat als er in een gebied een negatieve rechterlijke uitspraak komt direct het hele land weer op slot staat. Door dit gebiedsgericht op te pakken en te onderbouwen, maak je de drempelwaarde juridisch minder kwetsbaar. Natuurlijk kunnen er wel landelijke afspraken over gemaakt worden.

Opmerkelijk, om niet te zeggen heel raar en oneerlijk: bij uitstoot van verkeer berekent het stikstofrekenmodel Aerius de stikstofdepositie tot een afstand van vijf kilometer (rechterfiguur hieronder), want verder weg is de depositie zo laag dat het niks meer voorstelt. Als je deze lijn op de landbouw en andere sectoren (linkerfiguur hieronder, vergelijkbare emissie) zou toepassen, was een deel van het probleem in één klap opgelost.

 

 

Depositieberekeningen met rekenmodel Aerius. Links: op basis van de emissie van een melkveestal. Rechts: op basis van de vergelijkbare emissie van snelwegverkeer (wegvak). Donkergeel: depositie  tussen 1,0 en 0,05 mol/hectare. Lichtgeel: depositie tussen 0,05 en 0,005 mol/hectare.


Wordt de landbouw te negatief belicht?

Verschillende sectoren leveren een bijdrage aan de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden. Dat hangt heel erg van het gebied af. Op basis van berekeningen voor een dwarsdoorsnede van gebieden (zie figuur hieronder, bron: PBL) kom je op ongeveer 30-40% vanuit het buitenland (relatief veel stikstofoxiden uit verkeer en industrie, want dat draagt verder dan de ammoniak uit de landbouw), 15-50% vanuit de landbouw, 5-20% door verkeersemissies, 1-3% uit fabrieksschoorstenen, 0-50% door scheepvaart (die 50% is een uitschieter in de duinen van Vlieland) en 4-10% uit andere sectoren (bouw, overige bedrijvigheid, CV-ketels).

 

 

Dit is een indicatie op basis van berekeningen door het RIVM. Het is van belang dat we verder kijken dan die neus lang is. In het stikstofrekenmodel Aerius wordt de achtergronddepositie bijvoorbeeld berekend op basis van vergunde stalemissies. Terwijl de praktijk leert dat slechts ongeveer driekwart van de vergunde ruimte gebruikt wordt…

De commissies Remkes heeft inmiddels becijferd dat de emissie van de luchtvaart ongeveer tien keer zo groot is als waar op dit moment mee gerekend wordt. Ook staat een deel van de uitstoot van industriebedrijven niet goed in de boeken: emissies onder de 10.000 kilogram ammoniak en stikstofoxiden hoeven fabrieken niet te registreren. Kortom, goed dat de onderbouwing van alle berekeningen en inschattingen opnieuw doorgelicht wordt. Dat gebeurt nu ook.

Het is niet zo dat de stikstofuitstoot de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. Integendeel. Een sector als de landbouw heeft sinds de jaren ’90 allerlei maatregelen moeten nemen om de emissie van ammoniak te beperken. De cijfers vertellen dat de emissie met meer dan 60% is afgenomen.

De SGP vindt het belangrijk dat per gebied goed gekeken wordt waar de stikstof vandaan komt. Ook vinden we dat iedereen aan zet is om bij te dragen aan vermindering van de stikstofemissie. Het gaat niet aan om alleen naar de landbouw te wijzen.

 

Wat wil de SGP met het natuurbeleid en Natura 2000 gebieden?

We moeten met elkaar voldoende investeren in goed (agrarisch) natuurbeheer. Dan kan de natuur ook beter tegen een stootje.

De SGP is wel heel kritisch over het in Brussel uitgekookte Natura 2000 beleid. Een strikt, juridisch beschermingsregime in een dichtbevolkt land als Nederland, dat gaat niet goed samen. Je moet er ook rekening mee houden dat sommige bijzondere plantjes en diertjes en ecosystemen er juist zijn gekomen dankzij menselijke activiteiten in het verleden.

Enkele partijen pleiten voor het schrappen van Natura 2000 gebieden. Het is goed dat de lijst met gebieden tegen het licht gehouden wordt. Natuurbeheer kan ook zonder de Natura 2000 status. Uit eerdere Kamervragen van de SGP is gebleken dat de selectie van gebieden slecht onderbouwd is. Dit is echter niet dé oplossing. Het is een moeizaam proces en gaat lang duren.

De SGP pleit voor een betere prioriteitstelling. Alle habitattypen en soorten tellen nu bij het toetsen van plannen even zwaar mee. De SGP vindt dat je veel minder kritisch hoeft te zijn bij habitattypen en soorten die geen reden vormden om een gebied als Natura 2000 gebied aan te wijzen. De Europese regels staan dat ook toe.

Verder vindt de SGP als het gaat om stikstofdepositie dat niet gekoerst moet worden op berekeningen tot achter de komma nauwkeurig. Dat doet geen recht aan de werkelijkheid.

 

Wat moet er nog meer gebeuren om het land van het slot te krijgen?

  • Niet op alle slakken zout leggen. Werken met drempelwaarden.
  • Het beleid veel meer baseren op lokale metingen en bezoeken in het veld.
  • Een gebiedsgerichte aanpak voor reductie van stikstofemissies. Er zijn op het boerenerf best mogelijkheden voor minder stikstofuitstoot. Verschillende boeren zijn hier al mee bezig. Er moet dan wel breed gekeken worden, niet alleen naar techniek of veevoer, maar ook naar het beluchten en verdunnen van mest en meer beweiding. Hiervoor moet budget beschikbaar gesteld worden. De SGP is geen voorstander van het afdwingen van allerlei maatregelen, waarvan de rekening uiteindelijk op het boerenerf blijft.
  • Verschillende ondernemers hebben innovaties voor emissiereductie op de plank liggen, maar wachten nog steeds op erkenning. Hup Den Haag!
  • Verschillende landbouwbedrijven willen stoppen, maar lopen onder meer tegen fiscale hobbels aan. Dat geldt ook voor bedrijven die willen verplaatsen. Het fiscale beleid moet hierop aangepast worden.
  • Een onderbouwde vrijstelling voor beweiden en bemesten. Het is toch van de zotte dat koeien een vergunning moeten hebben voor ze de wei in mogen!

 

Waarom heeft de SGP de Spoedwet stikstof gesteund?

De boel zit nu muurvast. Dat zou zo blijven als er in de wet niet wat haakjes komen om tóch wat te regelen. De Spoedwet regelt dit. Tegenstemmen betekent dat de zaak op slot blijft zitten, Nu kan er tenminste íets worden gedaan.

De Spoedwet regelt niet meer en niet minder dan:

1) de mogelijkheid om de theoretische depositietoenames van (noodzakelijke) woningbouwprojecten weg te strepen tegen de theoretische depositieafnames van de verlaging van de maximumsnelheid; anders zouden we voor niks 100 km/uur gaan rijden op de snelweg.

2) de mogelijkheid om drempelwaardes in te voeren.

3) de mogelijkheid om maatregelen te nemen in het voerspoor. De SGP volgt dit heel kritisch. Er zijn echter enkele amendementen, ook van de SGP, aangenomen, die afdwingen dat maatregelen eerst aan de Tweede Kamer voorgelegd moeten worden. Als die ons niet zinnen gaan we ervoor liggen! Ook is op ons initiatief de bepaling over verplichte toevoeging van enzymen of ander spul aan veevoer geschrapt.

Alles afwegend hebben we daarom voor deze wet gestemd. Beter één aannemer aan het werk dan tien bouwvakkers thuis. Steun aan de spoedwet betekent niet dat we het hele stikstofbeleid van het kabinet steunen. Wie ons de afgelopen jaren heeft gevolgd, weet dat. Juist de SGP heeft van meet af aan gewezen op de ernstige gevolgen van het kabinetsbeleid!

 

 

Wat vindt de SGP van de regels voor saldering?

Salderen betekent dat bedrijven emissies tegen elkaar weg kunnen strepen. Een bedrijf dat uit wil breiden kan de stikstof ‘overnemen’ van een stoppend bedrijf, zodat er geen extra depositie komt op Natura 2000 gebieden. Onder aan de streep betekent het zelfs een verlaging van de depositie op de meeste plekken in die gebieden.

Kabinet en provincies zijn inmiddels met allerlei voorwaarden gekomen. De SGP zet hier grote vraagtekens bij. De SGP is tegen het afpakken van bestaande rechten. Het is zeker voor jonge boeren na een bedrijfsovername heel frustrerend als opeens een streep gezet wordt door een deel van de vergunde ammoniakruimte. De SGP heeft er bij het kabinet op aangedrongen het voorstel om productierechten in te nemen bij extern salderen in te trekken. Salderen is voor de landbouw op korte termijn een belangrijk instrument dat ruimte geeft voor bedrijfsontwikkeling. Dat moet niet onnodig belemmerd worden.

 

Wil de SGP voorkomen dat landbouwbedrijven uitgekocht worden door de industrie en andere sectoren?

Ja. Voor een vitaal platteland én voor een landschap dat de moeite waard is, is het belangrijk dat er voldoende agrarische bedrijvigheid blijft. De SGP denkt aan een schot tussen stikstofoxiden (verkeer, industrie) en ammoniak (landbouw) bij salderen.

 

Wat vindt de SGP van de ontwerp-Regeling spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur?

Deze regeling is een uitwerking van de spoedwet en heeft ter consultatie voorgelegen. Na eventuele aanpassing zal de regeling aan de Tweede Kamer voorgelegd worden. De regeling bepaalt dat middels een stikstofregistratiesysteem de vermindering van de depositie door de verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen, de warme sanering van varkensbedrijven, veevoermaatregelen en provinciale maatregelen ingeboekt kan worden en dat een deel van deze ruimte gebruikt kan worden voor woningbouwprojecten en enkele belangrijke infrastructuurprojecten.

De SGP zet hier toch wel een paar vraagtekens bij. Geen veevoermaatregelen zonder dat er ook perspectief voor de landbouw komt! Voor verschillende gebieden is, ook met alleen de verlaging van de maximumsnelheid en aftrek van de woningbouwprojecten, stikstofruimte over: mogen andere bouwprojecten hier ook van profiteren?