HomeVerkiezingsprogramma

Verkiezingsprogramma landbouw

Verkiezingsprogramma SGP: het is tijd voor de boer

Boeren, tuinders en vissers zetten zich er letterlijk dag en nacht voor in om voor iedereen voldoende, betaalbaar en veilig voedsel te produceren. En dat zo duurzaam mogelijk. Maar, zoals dat voor iedere ondernemer geldt, dat kan alleen als je voor dat eerlijke product ook een eerlijke prijs krijgt. Fair trade dus!  

De vele gezinsbedrijven in de landbouw en visserij hebben het zwaar de laatste tijd. Consumenten en de grote supermarkten willen voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Ook Den Haag en Brussel helpen niet mee. Belastingen en iedere keer nieuwe, bureaucratische regels jagen de kostprijs op. Dat werkt dus niet. De gevolgen daarvan treffen niet alleen de boeren en tuinders zelf, maar het hele platteland. Dat gaat de SGP aan het hart.

Het raakt zelfs heel Nederland. Onze producten hebben een goede naam en gaan de hele wereld over. Als je van de export van agrarische producten de import aftrekt, hou je per jaar maar liefst 15 miljard euro over. Geen andere sector brengt zó veel geld in het laatje. De SGP is trots op onze landbouw.

Boeren, tuinders en vissers hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat besef leeft breed in deze sectoren. Dieren verdienen goede zorg. Gewasbeschermingsmiddelen zijn nodig, maar schadelijke effecten moeten natuurlijk zoveel mogelijk beperkt worden. Je bent rentmeester of je bent het niet. Maar als je groen wil zijn, moet je niet rood staan. Zo eenvoudig is het. Dus moeten we zorgen dat de prijs omhoog gaat, kosten naar beneden en overbodige regels weg.

In ieder geval is een minister vóór landbouw en visserij nodig om dat voor elkaar te boksen.

Vóór boeren en tuinders

De inspanningen op het boerenerf moeten lonen. De onzekerheid over regelgeving moet weg. Dat kan alleen als alle betrokken partijen, de boeren en tuinders zelf, maar ook supermarkten en andere ketenpartijen, maatschappelijke organisaties en overheid (prijs)afspraken maken voor de korte en lange termijn. Met zo’n landbouwakkoord weet iedereen waar ie aan toe is. Samen met een vakbekwame ‘eigen minister’, biedt dat een stevige basis voor duurzaam landbouwbeleid.

Een eerlijke boterham

  • De minister van Landbouw, visserij en natuurbeheer dient elk jaar minimaal een week de handen uit de mouwen steken op een boerderij, kotter of in de kassen.
  • Het (Europese) mededingingsbeleid dient versoepeld te worden. De marktmacht van inkopers moet ingeperkt worden zodat een groter deel van de marktprijs terecht komt bij de producenten.
  • Fiscale voordelen voor land- en tuinbouwbedrijven, zoals de landbouwvrijstelling en een lagere energie- en
    omzetbelasting moeten blijven.
  • De rode diesel moet terugkomen.
  • Om gebruik van de brede weersverzekering te stimuleren, is vrijstelling van de assurantiebelasting nodig. Verder moeten bedrijven ruimte krijgen om verliezen verder achterwaarts te verrekenen.
  • Jonge boeren hebben steun nodig, vooral degenen die een bedrijf hebben overgenomen. Stimuleringsregelingen dienen daarom overeind te blijven.
  • De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wentelt teveel kosten af op de sector. De keuringstarieven moeten
    omlaag.
  • Internationale handelsafspraken moeten ruimte bieden voor bescherming van de hoge milieu- en dierenwelzijnsstandaard van de Europese landbouw. Nederlandse kippenhouders met een scharrelstal leggen het
    bijvoorbeeld af tegen Amerikaanse mega-legbatterijen. Kwetsbare landbouwsectoren moeten in ieder geval buiten handelsverdragen worden gehouden.
  • Voor systemen waarin rechten de productie bepalen, moet worden uitgegaan van een einddatum. Dat drukt de prijs voor deze rechten en maakt fiscale afschrijving mogelijk.
  • De regels voor langdurige pacht beschermen de pachter, maar maken deze pachtvorm buitengewoon onaantrekkelijk voor de verpachter. Om die reden worden er steeds meer kortdurende pachtcontracten afgesloten. Die pachtprijzen rijzen echter de pan uit en zorgen voor het uitmergelen van akkers. De pachtwet moet op de schop, zodat pacht een goed financieringsinstrument voor duurzame landbouw blijft.
  • Landbouwbedrijven verdienen meer steun bij het saneren van asbestdaken, bijvoorbeeld door een investeringsregeling voor daken met zonnepanelen.
  • De overheid moet de helpende hand bieden bij de noodzakelijke herstructurering van de glastuinbouw.

Europa

  • Nederland moet zich in Europa inzetten voor een gelijk speelveld tussen de Europese lidstaten.
  • Zolang boeren en tuinders hun noodzakelijke investeringen om te kunnen blijven concurreren en vergroenen onvoldoende via de markt terug kunnen verdienen, moet het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid blijven. Inclusief ‘directe inkomenssteun’.
  • De ‘vergroening’ van het Europees landbouwbeleid is goed voor iedereen, maar moet wel behapbaar blijven. De rekening mag niet eenzijdig bij boeren neergelegd worden.
  • Om grote schommelingen in landbouwprijzen en overschotten te voorkomen, kan regulering van markt en productie nodig zijn.
  • Het zijn vooral boeren die het platteland ‘beheren’. Europese subsidie voor plattelandsontwikkeling is nodig voor
    innovatie op het boerenerf.

Mest

  • Uitmergeling van de bodem willen we niet. Bedrijven met hoge gewasopbrengsten verdienen meer ruimte om mest uit te rijden.
  • Het nieuwe actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn moet meer rekening houden met regionale verschillen: geen
    problemen maken die er niet zijn. Metingen van de waterkwaliteit gaan daarbij een belangrijke rol spelen.
  • Om extra mest uit te kunnen blijven rijden boven de norm (derogatie), wordt deze mogelijkheid alleen voor grasland geboden, maar dan wel voor álle bedrijven met grasland.
  • Meer organische stof is goed voor bodemvruchtbaarheid en bodemleven. Vaste, stapelbare mest moet (net als compost) een fosfaatvrije voet krijgen en het hele jaar door uitgereden kunnen worden.
    Ook weide- en akkervogels profiteren daarvan.
  • Gebruiksnormen worden in ieder geval niet aangescherpt.
  • Export van fosfaat naar landen met een fosfaattekort moet niet langer meetellen voor het fosfaatplafond.
  • Het systeem van fosfaatrechten moet zo snel mogelijk op de helling. Daarvoor moet een datum worden vastgesteld. Zolang dat systeem nog bestaat, moeten de melkveehouders meer fosfaatruimte krijgen. Die ruimte is nodig om in ieder geval knelgevallen uit de brand te helpen.
  • De eisen voor grondgebondenheid van melkveebedrijven dienen te worden versoepeld: bedrijven die mest afzetten op
    andermans grond in ruil voor ruwvoerproductie, moeten deze grond mee kunnen tellen voor het bepalen van de veebezetting.
  • Er dient een tijdelijke regeling te komen waarbij productierechten vanuit de varkenshouderij kunnen worden overgeheveld naar de melkveehouderij. Zo krijgen de melkveehouders meer fosfaatruimte en is warme sanering van varkensbedrijven mogelijk.

Dieren en omgeving

Dieren behoren tot Gods schepping. We mogen ze gebruiken, maar niet misbruiken. Wie een dier alleen maar ziet als een productiemiddel waarmee geld te verdienen is, doet geen recht aan de eigen waarde van het dier. Daarom is de bescherming en het welzijn van dieren een verantwoordelijkheid voor ieder mens, en ook van de overheid.

  • Voor de ontwikkeling en uitrol van vernieuwende stalsystemen en technieken waarmee boeren en tuinders beter kunnen zorgen voor het milieu en hun vee, moet meer geld worden uitgetrokken.
  • Regels die innovatieve, milieu- en diervriendelijke stalsystemen in de weg staan moeten worden aangepast.
  • Een verbod op ‘megastallen’ klinkt sympathiek. Maar waar de grens getrokken moet worden, is arbitrair. En de winst van een verbod op megastallen voor dierenwelzijn en milieu is zo goed als nul. Dierenwelzijn hangt vooral af van de stalinrichting en het management door de veehouder. Er zijn voldoende instrumenten om ongewenste schaalvergroting te verhinderen.
  • Het massaal doden van vee en vernietigen van alle vlees bij uitbraken van dierziekten mag nooit meer voorkomen. Nederland moet zich daarvoor inzetten in Brussel.
  • Transporten van met name slachtvee over lange afstand moeten beperkt worden tot maximaal 500 kilometer of acht uur.
  • Het gebruik van aardwarmte is goed voor een duurzame tuinbouw. De bestaande garantieregeling voor deze
    ‘geothermieprojecten’ moet daarom worden uitgebreid.
  • Waar mogelijk moet gebruik van antibiotica beperkt worden. Veehouders en dierenartsen moeten wel tijdig effectieve antibiotica in kunnen zetten om onnodig dierenleed te voorkomen.
  • Het verbod op het kappen van snavels wordt teruggedraaid. Verenpikken blijkt in de praktijk lastig te voorkomen.
  • Gemeenten krijgen via de Omgevingswet meer ruimte om bij volksgezondheidsproblemen paal en perk te stellen aan de uitbreiding van veebedrijven. Bestaande regelgeving en meer innovatie zorgen voor minder emissie van ammoniak en fijn stof. Regulering van dieraantallen door provincies is onwenselijk. De Wet dieraantallen moet ingetrokken worden.
  • Mogelijk dierenleed als gevolg van onbedwelmde slacht moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Geen verbod, maar strenge regels en goede controle. Voor ‘koosjere’ slacht moet ruimte zijn en blijven.
  • De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) moet voldoende capaciteit krijgen om onder meer mest- en vleesfraude op te sporen.
  • Het aantal proefdieren kan en moet omlaag. Onderzoeksinstellingen dienen volledig op dit punt volledige openheid van zaken te bieden. Alternatieven voor proefdieren verdienen steun, ook juridisch.

Gewasbescherming

  • Geïntegreerde gewasbescherming, waarbij chemische middelen pas ingezet mogen worden als andere maatregelen onvoldoende werken, werkt goed. Dat moet ook vertaald worden in de regels die gelden voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen.
  • Biologische gewasbeschermingsmiddelen moeten sneller toegelaten worden.
  • Het palet aan gewasbeschermingsmiddelen moet voldoende breed zijn om gewassen, ook de kleine teelten, effectief te kunnen beschermen. Van minder effectieve middelen hebben boeren en tuinders meer nodig. Daar is het milieu niet mee gediend. Dat moeten we dus voorkomen.
  • Als sluitstuk van geïntegreerde gewasbescherming moeten tuinders gewasbeschermingsmiddelen met neonicotinoïden kunnen blijven gebruiken. Zij zijn immers al verplicht om hun afvalwater te zuiveren.

Biotechnologie

  • Het knutselen met de genen van dieren en het klonen ervan moet verboden blijven.
  • Genetische manipulatie van planten door soortvreemde genen ‘in te bouwen’ dient verboden te worden. Het inbrengen van DNA van een verwant plantenras voor meer ziekteresistentie verdient ruimte.
  • Het aloude kwekersrecht voldoet prima. Bedrijven mogen in geen geval patent krijgen op planteneigenschappen.

Natuur

Natuur is overal, als je je ogen de kost geeft zelfs midden in de stad. De diversiteit van natuur en landschap is groot. Deze rijke (bio)diversiteit is door God in de schepping gelegd. Het maakt de natuur weerbaar, en is prachtig om te zien en bestuderen. Het beschermen hiervan is niet minder dan een opdracht, waaraan wij serieus invulling moeten geven.

Het zijn de provincies die een hoofdrol spelen in de uitvoering van het natuur- en landschapsbeleid. Den Haag moet de provincies in staat stellen om het beheer van de natuur op maat handen en voeten te geven.

  • Euro’s voor de natuur kun je maar één keer uitgeven. Laat dat zijn voor goed beheer van bestaande natuurgebieden, minder voor nieuwe.
  • Als het even kan, moet beheer overgelaten worden aan boeren en andere grondeigenaren. Dat voorkomt dure opkoopprogramma’s. Uiteraard moeten de contracten voor agrarisch en particulier natuurbeheer reëel
    en aantrekkelijk zijn.
  • Net als bij de monumentenzorg, zou het goed zijn als het beheer van de natuur mede wordt gefinancierd door private partijen. Bijvoorbeeld door een fonds voor laagrentende en langlopende leningen.
  • Goede landbouwgrond zet je niet onder water. Geen ontpoldering dus door nepnatuur aan te leggen, maar doe aan natuurherstel via buitendijkse maatregelen.
  • Als het gaat om soortenbescherming verdienen gemeenten met een goed natuurplan ruimte. Burgers en bedrijven moeten hier snel, en zonder veel discussie achter de tekentafel, kunnen bouwen.
  • In het Natura 2000 beleid en bijbehorende Programmatische Aanpak Stikstof moet niet elke vierkante meter natuur koste wat het kost beschermd worden. Het beschikbare budget moet en kan zo effectiever besteed worden.

Jacht

Nederland mag zich gelukkig prijzen met een goede en gevarieerde wildstand. Dat moeten we vooral zo zien te houden. Hazen, konijnen, fazanten, ganzen, eenden vossen, zwijnen, reeën en ander wild horen in het Nederlandse landschap.

Maar omdat Nederland dichtbevolkt is en geen ongerept natuurgebied, is ingrijpen in de natuur onvermijdelijk. Bovendien geldt ook in de natuur: overdaad schaadt. Als er ergens teveel dieren komen, kan dat leiden tot voedseltekorten, gevaarlijke ziektes, schade en verkeersongelukken. Natuurbeheer door middel van jacht is daarom nodig, voor een gezond, min of meer natuurlijk evenwicht.

  • Jagers die zich misdragen en stropers moeten hard aangepakt worden.
  • Gelet op de vele ganzen in Nederland, dienen jagers tijdelijk een landelijke vrijstelling te krijgen om deze ganzen te bejagen. Boeren en tuinders moeten wel vergoeding voor gewasschade kunnen blijven krijgen.

  • Jagers moeten voldoende mogelijkheden krijgen om op een goede manier te jagen, ook in de morgen- en avondschemer en met behulp van lokfluiten en –vogels.